Apache squadrons

De Nederlandse rol in de Irak oorlog

Het eerste kabinet Balkenende heeft de Tweede Kamer onvolledig ingelicht over de Nederlandse rol in de oorlog tegen Irak. Een Amerikaans verzoek om mee te vechten werd niet aan de Kamer gemeld. Ook waren er al in een vroeg stadium twijfels over de legitimiteit van een militaire actie tegen Irak. Dit blijkt uit documenten die Reporter vanavond toont. Op 21 november 2002 ontvangt de regering een verzoek om militaire middelen van de Verenigde Staten.

De Amerikanen vragen onder meer om de Luchtmobiele Brigade, fregatten, mijnenjagers, F16's, Apache squadrons, precisiewapens en onderzeeërs. Kamerleden Van Bommel (SP) en Van Baalen (VVD) kwalificeren de Amerikaanse wensen tegenover Reporter als een verzoek om 'mee te doen aan de oorlog'. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer meldde de Kamer destijds dat het Amerikaanse verzoek zich beperkte tot 'overvliegvergunningen' en 'het faciliteren van doorvoer'. De uitgebreide lijst werd niet gemeld. Ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken schrijven in de zomer van 2002, op verzoek van minister Jaap de Hoop Scheffer (CDA), een nota waarin de Nederlandse positie ten aanzien van Irak wordt uitgewerkt. Saddam Hoessein wordt een 'reële dreiging' genoemd. De juridische basis voor een oorlog is 'voldoende' maar 'niet volstrekt onaanvechtbaar'.

Inhoud syndiceren